3 mei 2017

Bestuurlijke Fusiemonitor


Bestuurlijke Fusiemonitor

Op 2 mei jl. heeft het Algemeen Bestuur (AB) kennis genomen van de door het Dagelijks Bestuur (DB) opgestelde voortgangsmonitor fusiedoelen 2017. Het AB heeft verder ingestemd met de conclusies van het DB op het gebied van financiële draagkracht, goed werkgeverschap, goed geëquipeerde organisatie, krachtig bestuur en herkenbare positie in de omgeving.
Hoewel de SGP niet ontkend dat er belangrijke stappen zijn gezet, vinden wij het nog veel te vroeg om ons al te hard op de borst te kloppen. Punten waar nog wel het een en ander aan verbeterd moet worden, zijn nog te weinig concreet gemaakt.

Hoe onze mening is over de fusie, en meer in het algemeen grote organisaties, is voldoende bekend. Toch willen wij proberen objectief naar deze monitor te kijken.
Na lezing van het stuk moeten wij vooral concluderen dat het nog veel te vroeg is om echte conclusies te trekken.  Wij willen wat trends signaleren zo wij die zien.

De organisatie is voortvarend aan de slag gegaan om de gevolgen van de fusie uit te voeren. Heel positief is het dat dit vanaf 4 juli 2016 kan in een ander hoofdkantoor voor de hele organisatie. We horen het van diverse zijden dat dit heel positief geweest is.

Financieel lijkt ons waterschap de zaken ook vrij goed onder controle te hebben. Om de kostenstijgingen te beheersen, moeten wij echter wel zeer alert blijven. Wij, en meerdere fracties met ons, vragen daar regelmatig aandacht voor. Voor het overige bewaren we ons oordeel over de financiën totdat de jaarrekening 2016 beschikbaar is. Dat is een eerste toets van hoe we er voor staan.

Waar wij verder toch wel zorgen over houden, is de zichtbaarheid in, maar ook vooral de betrokkenheid bij het gehele, toch wel grote werkgebied. Wij blijven van mening dat we niet in staat zijn om zo'n groot gebied optimaal van dienst te kunnen zijn. Als we wat langer bezig zijn met ons nieuwe waterschap, zijn wij zeer benieuwd naar bevindingen daarvan bij inwoners en bedrijven. Voor onderzoek daarnaar is het nu nog te vroeg.

Daar waar in het stuk geconcludeerd wordt dat er nog wel het een en ander moet gebeuren, komt het DB volgens ons nog niet veel verder dan mooie volzinnen. Het wordt echter niet weinig concreet gemaakt. (zie bijv. punt B van de samenvatting over goed werkgeverschap, punt C over goed geëquipeerde organisatie).

Onder punt E (Herkenbare positie in de omgeving) steekt het DB volgens ons teveel de loftrompet over het beschikbaar stellen van vergadervoorzieningen voor diverse landelijke en regionale werkgroepen. Wij stellen daar echt vraagtekens bij. Is dat wat wij beogen met herkenbaar zijn in/voor de omgeving? Voor ons is dat bijvoorbeeld toch meer de zichtbaarheid in het werkgebied, de aanspreekbaarheid van onze (buitendienst)medewerkers dan wat hier genoemd wordt. Het beschikbaar stellen van de hier genoemde faciliteiten hoort tot op zekere hoogte bij ons werk, maar we denken dat dit vooral geld kost en de omgeving niet zoveel oplevert.

Omdat deze monitor dus vooral over de start gaat, willen wij nog geen harde conclusies trekken. Er ligt in onze ogen echter nog heel wat te doen waarvan we hiervoor enkele zaken hebben aangestipt.

 

Jan Visscher