3 juli 2026
Jaarstukken 2025
Op 23 juni 2026 heeft het Algemeen Bestuur (AB) unaniem ingestemd met het vaststellen van de jaarstukken 2025, bestaande uit het jaarverslag en de jaarrekening 2025.
De jaarrekening 2025 laat een positief exploitatiesaldo zien van € 9,085 miljoen. Dat is echter inclusief de begrote onttrekking van € 8,716 miljoen aan de egalisatiereserves. Anders was de verwachting bij de begrotingsbehandeling 2025 in november 2024 dat de tarieven voor 2025 (net als voor 2024) veel te fors stijgen. Als we het vertalen zoals de meesten het zouden doen (dus zonder rekening te houden met de onttrekking aan de egalisatiereserves), is over 2025 een positief resultaat behaald van € 369.000 en dat is toch aanzienlijk minder dan de € 3,25 miljoen in de jaarrekening 2024.
Onder andere lagere kapitaallasten door minder of later opgeleverde projecten, minder rentelasten, lagere kosten van goederen en diensten van derden en anderzijds hogere belastingopbrengsten en meer dividenden, hebben geleid tot aanzienlijke afwijkingen ten opzichte van de begroting 2025 (verschillen in deze onderdelen waren er ook in de jaarrekening 2024).
Allereerst hebben wij als voorzitter van de Auditcommissie een korte toelichting gegeven.
Zoals in de stukken te lezen is, heeft de auditcommissie dit jaar op 15 juni het accountantsverslag besproken met onze accountant (BDO).
In de eerste plaats doet het ons deugd dat WDODelta opnieuw een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening heeft verkregen. Maar nieuw is dat vanaf 2025 het Dagelijks Bestuur (in plaats van de accountant) de rechtmatigheidsverantwoording heeft opgesteld. Deze is nu gecontroleerd door de accountant en van een goedkeurende verklaring voorzien.
Opnieuw en dus deels voor het eerst een prima prestatie en een compliment waard.
Als auditcommissie spreken wij onze dank uit aan ieder die zich binnen de organisatie heeft ingezet om dit te bereiken.
In het accountantsverslag worden meerdere punten genoemd waar verbeteringen zichtbaar zijn (bijv. hulprekeningen in de projectenadministratie).
Maar als auditcommissie vragen wij, naar aanleiding van opmerkingen van de accountant, toch aandacht voor de vastlegging/verwerking van de subsidies in de projectenadministratie. Ook vraagt de accountant al enkele jaren aandacht voor realistisch begroten, omdat de hoogte van de afwijkingen tussen het begrote en werkelijk resultaat (2025 4,4% van de totale lasten) aanzienlijk meer is dan de 2-3% die gebruikelijk is bij decentrale overheden.
In het accountantsverslag worden onder 2.4 als aandachtspunten ook nog genoemd de samenwerking met de VIC (Verbijzonderde Interne Controle) en het punt dat in de hele maatschappij volop aandacht verdient, namelijk de digitale weerbaarheid en cybersecurity.
Wij vertrouwen erop dat het Dagelijks Bestuur aan de slag gaat met de aandachtspunten in het accountantsverslag waarvan wij de belangrijkste hebben genoemd.
Als leden van de auditcommissie adviseren wij het Algemeen Bestuur om de jaarstukken 2025 vast te stellen.
En hieronder onze bijdrage later in de vergadering namens de SGP-fractie.
Voorzitter, allereerst ook als fractie dank voor de duidelijke stukken, inclusief beantwoording technische vragen bij de bespreekstukken voor vanmiddag.
Hoewel het saldo van de baten en lasten wel bijna € 3 miljoen minder is dan in de jaarrekening 2024, staan we toch nog net op een positief resultaat van € 369.000. Ik ga nu niet weer de discussie aan of we een gerealiseerd resultaat hebben van ruim € 9 miljoen. Ik blijf van mening dat dit bijna geheel bestaat uit de niet gebruikte egalisatiereserves.
Een stokpaardje van mij wordt langzamerhand ook de jaar op jaar hogere belastingopbrengsten door te lage ramingen GBLT van de stijging WOZ waarden. Ook afgelopen week in het nieuws geweest dat de waardestijging woningen dit jaar al weer ruim 10% is. Ik blijf daar aandacht voor vragen, want we moeten wel proberen de lasten zoveel mogelijk daar te leggen waar ze horen. Deze opmerking raakt ook de Eerste Bestuursrapportage 2026 en de Begrotingsbrief 2027-2031.
Bent u bereid om nog eens kritisch te kijken naar de gehanteerde schattingen?
De accountant heeft opmerkingen gemaakt over de meer dan gebruikelijke afwijking in het resultaat tussen begroting en realisatie (gebruikelijk tussen 2-3% en wij zitten in 2025 op 4,4% afwijking). Uiteraard kan dit incidenteel voorkomen, maar het is niet de eerste keer dat deze opmerking gemaakt wordt. Het lijkt structureel te worden.
Ik herhaal dat ik liever zie dat het wat meevalt, maar het is de laatste jaren echt te fors.
Positief is zeker te noemen dat 8 maatregelen uitgevoerd zijn of op schema lopen en dat slechts 3 maatregelen niet volledig uitgevoerd zijn of op schema achterlopen.
Dat Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen niet geheel voor eind 2027 zijn gerealiseerd, is voor ons geen probleem. Beheerste realisatie met oog voor de financiële impact vindt de SGP eveneens een zeer belangrijk doel.
Meerdere fracties, waaronder de SGP, hebben vragen gesteld over assetmanagement. Wat ons betreft, goed om gestructureerd te willen werken, maar houdt de kosten die ermee gemoeid zijn wel in de gaten.
Wij hebben een vraag gesteld over artikel 109a onderzoek dat niet is gedaan in 2025. Het is geen plicht om jaarlijks te doen volgens de Waterschapswet is geantwoord. Dat klopt, maar diezelfde wet zegt wel dat met enige regelmaat onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid gedaan moet worden. Bent u bereid om voor 2026 wel weer zo’n onderzoek in overweging te nemen?
Als fractie onderschrijven we ook de opmerkingen van de accountant over de projectenadministratie en de subsidies. Dat is al enkele jaren door BDO benoemd, maar we vinden het uiteraard wel positief dat ook BDO verbeteringen ziet in dat proces.
Wij gaan akkoord met de beslispunten 1 t/m 4 en 6.
Met onttrekken van gelden uit de egalisatiereserves, punt 5, houden wij moeite. Dat hebben wij meerdere keren aangegeven. Wij zijn van mening dat de egalisatiereserves principieel beschikbaar moeten blijven voor matiging tarieven. Omdat wij tot nu toe weinig bijval krijgen voor onze gedachte, laten wij het, net als voorgaande jaren, wat dit onderdeel betreft, bij deze stemverklaring.
Jan Visscher