15 december 2021

Waterbeheerprogramma 2022-2027

Op 14 december 2022 heeft het Algemeen Bestuur (AB) na een uitvoerige bespreking van de reactienota bij het Ontwerp Waterbeheerprogramma (WBP) 2022-2027 dit programma vastgesteld. Verschillende ingediende reacties wilden er nog wel een tandje bij doen. Vanuit de landbouw is de zorg uitgesproken over o.a. veenweidegebieden, beschikbaarheid voldoende water, de nog steeds bestaande riooloverstorten en recreatief medegebruik. Op dit moment zijn op de reacties geen extra toezeggingen verwerkt. En voor de landbouw worden in dit programma ook geen aanpassingen gedaan die negatieve invloed hebben op hun bedrijfsvoering.

Voorzitter, dank voor de duidelijke stukken bij dit agendapunt. U laat er in uw voorwoord geen misverstand over bestaan dat u de taak van het waterschap steeds breder ziet. Wij zien ook in deze tijd nog steeds het liefst een waterschap dat zich vooral richt op de kerntaken. Daarvoor is en blijft het waterschap de best denkbare organisatie. Door de zin in het voorwoord “Ons waterschap ziet veel meer op zich af komen dan de functionele taken die we vanouds doen” worden wij wat ongerust. Gelukkig laat u er nog wel direct op volgen “Natuurlijk gaan we onverminderd door met het versterken van onze dijken om overstromingen te voorkomen”.

En uiteraard mogen we idealen hebben, maar laten we oppassen voor het maakbaarheidsdenken. Dat klinkt de SGP wat teveel door in deze stukken. Wij zijn én blijven afhankelijk van Hem, Die alles regeert en bestuurt.

In de voorbereiding hebben we allereerst onze bijdrage aan de behandeling van het ontwerp WBP op 20 april 2021 nog eens doorgelezen. Wij hebben toen een uitvoerige reactie gegeven. Onze slotzin was dat we er moeite mee zouden hebben als dit programma ongewijzigd wordt vastgesteld.

Maar helaas is dat naar onze mening wel bijna geheel gebeurd. Het WBP raakt zo’n beetje ieder mens en bedrijf binnen ons werkgebied. Daarom verbaasden wij ons er over dat er nagenoeg alleen maar inspraakreacties van organisaties gekomen zijn. Navraag in het technisch vragenuur leerde dat dit ook in het verleden vrij gebruikelijk was. Organisaties zouden actiever gevraagd zijn om een reactie. Wij vragen ons af of dat wel correct is. Uiteraard is het wel gepubliceerd en kon ieder individu een reactie indienen. Maar wij weten allemaal dat het indienen van een zienswijze een drempel is voor veel mensen.

Gelukkig geven de meeste antwoorden op de ingekomen reacties nog geen grote wijzigingen in het WBP.

In reactienr. 4.2 en 7.2 wordt duidelijk de zorg en vrees benoemd die heerst over de gedachte dat ‘Peil volgt functie’ niet moet worden ‘Functie volgt peil’. Landbouw maakt zich daar in onze ogen terecht zorgen over. Gelukkig staat er nu nog dat wijziging in het WBP niet van toepassing is. Echter, in de reactie op 11.1 biedt u toch enige ruimte, maar zover zijn wij nog niet. Wij citeren nog even weer wat wij in de begrotingsvergadering gezegd hebben: “ Wij moeten er niet aan denken dat veel veenweidegebieden, waar nu nog prima geboerd kan worden, opgeofferd worden. Blijf samen met anderen zoeken naar structurele, ook in de gebieden geaccepteerde oplossingen.”

Bij 7.4 op blz. 22 vraagt de landbouw terecht aandacht voor de beschikbaarheid van voldoende water. Inzet daarvoor in de recente droge jaren is goed geweest, maar mag geenszins verslappen.

Op diezelfde pag. 22 onder 7.6 wijst de landbouw op de riooloverstorten die nog steeds plaatsvinden. Dat is in de eerste plaats een taak voor de gemeenten. Als waterschap zijn we echter wel degene die de waterkwaliteit probeert te verbeteren. Dat doen we inderdaad niet alleen. Daar hebben we verschillende partijen, zowel de landbouw als de gemeenten bij nodig. Wij vinden de daar gemaakte reactie veel te vrijblijvend richting gemeenten. Wij hadden daar graag een steviger oproep gezien richting gemeenten om meer inzet te plegen op terugdringing van riooloverstorten.


Riooloverstort met ernstige gevolgen

Voorbeeld van een riooloverstort met grote gevolgen

Recreatief medegebruik wordt in een aantal reacties genoemd. Meerdere fracties hebben dat ook in de begrotingsvergadering aan de orde gesteld. Het blijft een punt dat volop aandacht dient te houden. Nabij landbouwgrond dienen wij terughoudend te blijven met uitbreiding om de grote rotzooi die we zien langs wegen, fiets- en wandelpaden.

Waar wij ook moeite mee hebben, is dat in meerdere reacties geschreven wordt dat u bereid bent dat in een gesprek toe te lichten. Hebben wij er geen recht op, wat u dan wilt zeggen? Uiteraard hoeft dat hier geen uitgebreid verhaal te worden, maar de essentie van zulke gesprekken had hier toch opgeschreven moeten zijn?

Afgelopen week heeft de Deltacommissaris zeer duidelijk zijn zorg uitgesproken over bouwen in laaggelegen gebieden. Bij de behandeling van het concept WBP hebben wij daar ook al nadrukkelijk aandacht voor gevraagd. Helaas hebben wij nog niets gelezen van kritische geluiden vanuit ons waterschap op het zeer omstreden bouwplan in de uiterwaarden van Zwolle. Helaas is de tekst, nu op pag. 39/40, ongewijzigd gebleven. 

Inzetten op onze kerntaken kost al heel veel geld. Daar willen wij ons de komende jaren, wat het WBP betreft, ook vooral op (blijven) richten.

 Jan Visscher